flyerHet Platform Beroepskunstenaars Wageningen presenteert vanaf zondag 22 november 2015 met trots de expositie ‘Op schouders van reuzen’. Ook Schrijversharten leverde een bijdrage, in samenwerking met Robbert Kamphuis.

  • Voor de schrijversboom van Laurens klikt u hier. U vindt hier ook een toelichting op het werk.
  • Voor de schrijversboom van Martijn klikt u hier. Opnieuw hier ook een toelichting.
  • Voor de schrijversboom van Annie klikt u hier, inclusief de laatste toelichting.

De rest van de expositie is ook de moeite waard, dus we raden u vooral aan om te gaan kijken. ‘Op schouders van reuzen’ gaat over inspiratie en inspiratiebronnen. Het gaat over doorgeven van kennis, over voorbeelden, over wat je vuur brandend houdt. Er is geschilderd, gebouwd en gefilmd. Er is geschreven en gefotografeerd. Er zijn geluiden, bewegingen en objecten.

Beste bezoeker, nu bent u aan de beurt. Laat u verrassen in het prachtige gebouw aan Duivendaal 10. Veel plezier op uw ontdekkingstocht!

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Annie: haar bronnen van inspiratie

(c) Robbert Kamphuis

(c) Robbert Kamphuis

‘Ik ben lekker stout’. De personages van Annie M.G. Schmidt durfden wat ik als braaf meisje niet durfde.

De schrijfster vierde het absurdisme met de tante en de oom die woonden in een eikenboom. Ze liet me zien dat niets vanzelfsprekend is, het zou een van mijn leidmotieven worden. Humor met een vleug weemoed. Die komen in mijn leven en werk terug. Dwarse kindertjes – ik wil niet in twee huizen wonen/niet klein zijn/niet op vakantie – spelen trouwens ook vaak een rol in mijn kinderboeken. Toch leer ik met ouder worden dat nee zeggen soms makkelijker is dan ja zeggen, meebewegen en verbinden.
Rutger Kopland is vaak mijn vertolker van de alledaagse weemoed, het gemis en verlangen. Zittend in de avondstilte onder de appelboom, mijmerend over wat was. Het niet droog houden bij de kwetsbaarheid en het leven-nog-voor-je van jonge sla. Een alledaags beeld dat mijn raam voorbijloopt: een zwarte vrouw met een zak aardappelen op haar hoofd. Hoe ver is Afrika? Het leven van alledag is al poëtisch genoeg. Dat is wat Judith Herzberg me ook leert. Katten die niet van koffers houden. ‘Afscheid vermijden zij door zelf de wijk te nemen’. Weglopers in mijn boeken, zowel kinderen  als volwassenen. En in dat weglopen, die stille schreeuw om liefde en aandacht.

Schoonheid en pijn
Mijn grote voorbeelden in de letteren, ze zijn talrijk. Maar ook is er de Bijbel, al deden wij als katholieken weinig aan bijbellezing. De verhalen die nog steeds  kunst en literatuur beïnvloeden, nog afgezien van de universele boodschap: probeer een goed mens te zijn. Huub Oosterhuis heeft mijn geloof van na de moederkerk woorden gegeven in een poëtische taal die over mij gaat en mijn plaats in deze ingewikkelde wereld van schoonheid en pijn. Ik kan mijn bewondering uitdrukken voor Marcel Proust, maar met zijn lange beschrijvingen in fraaie volzinnen heeft hij mijn schrijven niet beïnvloed. Eerlijk is eerlijk, wat daarbij een veel grotere rol heeft gespeeld, zijn de boeken die ik in mijn tienerjaren verslond: de Witte Ravenpockets. Nel van der Zee, Leni Saris, Cissy van Marxveldt en hun heldinnen: Map, Maud, Pit, de Jopopinoloukicoclub en Joop ter Heul. Soms wat astrante meiden die aan het eind toch altijd weer heur poppedijnen hoofdje vlijden tegen het corduroy colbertje van een pijprokende hunk. Mijn eerste jongerenboeken in de jaren 90 gingen over eigentijdse meiden die stevig hun eigen weg gingen en toch fietste ook daar altijd wel begeerlijk relatiemateriaal door het beeld.

Kleine prins
Maar een van mijn grootste voorbeelden blijft toch Antoine de Saint-Exupéry. In ‘Terre des hommes’ las ik lang geleden al een mission statement voor het leven. Vrij vertaald: Pas wanneer wij ons bewust worden van onze rol, hoe bescheiden ook, zullen wij gelukkig zijn. Want wat betekenis aan het leven geeft, geeft ook betekenis aan de dood.
‘De kleine prins’ van Saint-Exupéry is voor mij in al zijn eenvoud een meesterwerk. Het raakt aan alle thema’s van het leven, en van de dood. Bovendien is het een warm pleidooi om het kind in onszelf te koesteren en de verbeelding te vieren.

Ik ben schatplichtig aan vele reuzen, die mij even op hun schouders droegen om terug te zien en voorbij mijn eigen grenzen te kijken. Ik heb van ze geleerd, sta nu op eigen benen en kan met dankbaarheid zeggen: goed geaard reik ik naar de hemel.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Martijn: zijn bronnen van inspiratie

(c) Robbert Kamphuis

(c) Robbert Kamphuis

Om je gezicht te zien, gebruik je een spiegel. Om je ziel te zien een kunstwerk…

“Ik ben de Tweede Wereldoorlog” is een uitspraak van Harry Mulisch die me in dit verband heeft gefascineerd. Altijd had ik een hekel aan die periode in onze geschiedenis, maar als ik naar mijn boeken en gedichten kijk, zie ik dat ook ik een beetje oorlog ben. Het herinnert me er aan dat je de thema’s in je werk niet voor het kiezen hebt.
Dit besef geeft me een gevoel van vrijheid. Blijkbaar is er een serieuze grondtoon, en een donkere of fantastische blik die ik hieraan ontleen, en die doorsijpelt in zelf mijn lichtvoetige werk. De jassentemmer en Alles voor de wind zijn goede voorbeelden van gedichten met eenvoudig taalgebruik en een bijna kinderlijke kijk op de wereld, maar toch die heel serieuze grondtoon. Het eerste schreef ik voor onze burgemeester, het tweede heeft als thema ‘dementie’.

Samenkomen
Het gedicht dat ik mocht maken voor 70 jaar bevrijding, getiteld De dromers, adresseert het thema van de Tweede Wereldoorlog direct en is daardoor meer gedragen, een stuk barokker, getuige ook het citaat: “de dromers van toen / vertrekken voor de laatste keer / met de boot naar nimmermeer”. Het was een van de eerste stadsgedichten die ik schreef voor Wageningen, en om die reden heb ik het geschreven als een zelftyperend werk, een kennismaking met de stad – waarin ook mijn literaire voorgangers een plek hebben. Het thema van de droom koos ik omdat het afstand schept van de bittere werkelijkheid die de oorlog is en meteen ruimte laat voor het fantastische, waar ik me prettig bij voel.
Het “voor de laatste keer” met een boot vertrekken in dit citaat, verwijst onder meer naar de lokale orale traditie zoals opgetekend door Jac. Gazenbeek, dat een overtocht over de Rijn zou leiden naar het hiernamaals. Precies dat gegeven is de inspiratie geweest voor het spookverhaal De Toverlantaarn, dat zich afspeelt in een fictieve variant van Wageningen: Elzenveer.
Ook het citaat van J.L. Borges vormde inspiratie voor de Toverlantaarn. In zijn bekende verhaal De Aleph heeft hij het over “een punt in de ruimte waarin alle punten samenkomen”. Dat is mijn omschrijving van De Wolfswaard, waar De Toverlantaarn zich afspeelt.  En ook in het boek Heksenkind is het plooien van ruimte en tijd een thema. Wat we verder zien in het citaat uit Heksenkind is een vertelconstructies die gebruik maakt van een schetsboek, waar later uit geciteerd wordt. Dat is een kunstgreep die Borges heel vaak gebruikt, maar bijvoorbeeld ook Umberto Eco in zijn Naam van de Roos.

Lofzang
Naast de eerder genoemde laatste boottocht naar de overzijde, heeft het citaat uit De dromers nog meer literaire wortels. Zo is het woord “nimmermeer” bedoeld als een verwijzing naar Edgar Alan Poe’s The Raven.
Een belezen vriend vergelijk de dromers met O’Shaugnessy’s bekende gedicht Ode, met de regel: “Wij zijn de makers van muziek, wij zijn de dromers van dromen”, een groot compliment. Dat compliment is me bijgebleven, vandaar dit citaat. Zelf schreef ik later een ludiek gedicht, getiteld O de – een lofzang op het lidwoord “de”.
In mijn beleving zie ik in Alles voor de wind de invloed terug van het werk van Joke van Leeuwen, Dichter der Nederlanden, maar ook schrijfster van absurdistische kinderboeken. “Waaimeneer” is een woord dat zij zou kunnen gebruiken. De eerste zin van De jassentemmer herinnert me aan de eerste zin van Clive Barkers Boeken van bloed: “De doden hebben snelwegen…” Barker is bekend als genreschrijver, maar is ook een begenadigd beeldend kunstenaar en fotograaf. Zelf heeft hij gezegd dat hij spijt had van zijn genrewerk, maar ik vind het nog steeds zijn beste, krachtigste werk.
In De Toverlantaarn vond ik inspiratie in dezelfde bronnen als hij.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Laurens: zijn bronnen van inspiratie

(c) Robbert Kamphuis

(c) Robbert Kamphuis

Uit het interview  door Frénk van der Linden,  Boekenmarkt 18 april 2015:

Ja, ik heb als kind ontzettend genoten van Professor Zegellak en zijn koekoek door Daan Zonderland en ook van Pa Pinkelman en andere boeken van Godfried Bomans. Ik moest zo lachen, maar toen ik ging studeren, ik was een jaar of 18,  was voor mij een boek van Gerrit Krol een openbaring. Ik meen dat het heet De ziekte van Middleton.

Daarin zag ik opeens hoe je over alles mag schrijven en dat het niet altijd een verheven onderwerp hoeft te zijn en ik herinner me nog mijn ontzettende  vreugde toen ik een passage las over een ingenieur dat was hij dan zelf en hij werkte bij de Shell. En aan het eind van de dag keek hij ontzettend tevreden uit het raam op de raffinaderij en dan zag hij in de verte een pijpje van een gigantisch gebouw uit het dak steken  en uit dat pijpje zag je kwam wat hitte of lichte rook. Hij had ooit uitgerekend dat dat pijpje op die plek moest komen en dan was hij elke dag weer blij. Dat heb ik voor elkaar gekregen. Als ik er niet was geweest dan was dat pijpje er ook niet geweest. Dat vond ik een openbaring dat je zo kunt schrijven.

Hier onder een aantal citaten van auteurs:

Woordeloos
Terwijl die waarheid klaarder skyn
Sal die getye ons nerfkaal stroop,
Afsigtelikheid kom reeds in sig. […]
(Elisabeth Eijbers: pag. 48 in Bestand, Querido, Amsterdam 1982)

Het was in de tijd dat ik, uiting gevend aan mijn diepste gedachten, een vierkantje tekende en daar urenlang op kon zitten staren. Ik woonde op een kamer in de Deurlostraat, als je de straat ziet, begrijp je het meteen. (Gerrit Krol: pag. 128 in De ziekte van Middleton, Querido, Amsterdam 1969)

Impasse
Wij stonden in de keuken, zij en ik.
Ik dacht al dagen lang: vraag het vandaag.
Maar omdat ik mij schaamde voor mijn vraag
Wachtte ik het onbewaakte ogenblik […]
(Martinus Nijhoff: Pag. 208 in  Verzamelde gedichten, Bert Bakker / Daamen N.V, Den Haag 1964)

‘Slechts de namen der grote drinkers leven voort’
(Rikus Waskowsky, Titel van een bundel, uitgegeven door de Bezige Bij, 1968. Geciteerd uit Verzamelde Gedichten, Bert Bakker , Amsterdam 1985)

 

Eigen citaten van Laurens

ALWEER EEN ODE AAN MIJN VROUW
Dit zijn de besten: Die automatisch heilig zijn.
Mijn vrouw – zij kan niet anders.
Zij biedt mij van haar hapjes aan, en drank,
alsof ik niets gehad heb
en zij baadt in ’t genoeg.
Oh heilige – uw heupen,
uw lach, uw warme mond!
Nee, nooit heb ik genoeg!

 

PATATSNIJDER  TOMADO

Vet                                                                                                                                                      De Tomado patatsnijder is een soort Stalinorgel maar dan voor piepers. Een Stalinorgel was een soort patatsnijder maar dan kwamen er raketten uit. Gelukkig vlogen die een stuk verder dan je patatten. De Duitsers bij Stalingrad hadden een hekel aan Stalinorgels, maar van Tomado patatsnijders hielden we allemaal. Het was een fraai technisch ding met veel chroom en een knalrode handle. Hij werkte altijd. Je legde er een aardappel in, drukte op het handvat en er kwamen 25 prachtfrieten uit. Als je heel erg trek had verwisselde je het mes en dan kreeg je er 49. [fragment]

CULTUUR IS EEN STOEL IS EEN STOEL

Laurens van der Zee*, stadsdichter van Wageningen
Woensdag Debatdag, organisatie De Gelderlander en de bblthk, Wageningen, 28 maart 2012

Ik ben Wageninger maar dat maakt niet uit, ik kan evengoed een cultuurdrager zijn. Trouwens, iets dragen ís al cultuur: Dragen wordt in elke cultuur weer anders gedaan, een stratenmaker zul je niet vaak zien met een tasje onder zijn arm en op het hoofd wordt in dit land al helemaal niets vervoerd. Wel in Afrika, en daar praten en zingen ze ook heel anders dan wij hier, terwijl we toch allemaal als onbeschreven blad geboren zijn. Zo zie je dat je groeit en opgroeit in de cultuur die jou omringt; de kans is groot dat je daar je hele leven in wonen blijft en dat je die cultuur ook weer aan je nakomelingen doorgeeft. Ze noemen dat wel de GVR en dan bedoelen ze niet de Grote Vriendelijke Reus maar de Grote Vicieuze Reproductiecirkel. [fragment]

Laurens van der Zee 11-11-1988

EEN AARDAPPEL DOORKNIPPEN

Een aardappel doorknippen.
Je weet dat het niet gaat maar je probeert het toch.
Je houdt van uitdaging.
Is dit geen luxe-probleem? Er is nog zoveel nood. De derde wereld is nog steeds geen plaatsje opgeschoven. Ook in eigen land, eigen buurt, in eigen hart is er genoeg te doen. Typisch een bezigheid dus voor de yup die alles al heeft.[fragment]

 

HUISHOUDBRIEFJES, GEVONDEN OP WAGENINGSE KEUKENTAFELS

Stadsdichter Laurens van der Zee bij de opening van de expositie Wageningse Deuren van Het Gelders Palet, in de bblthk op 4 december 2013

We zitten goed in de kaas maar slecht in het brood. Als jij eerder thuis bent, haal jij het dan?

Aan de thuishulp. Beste thuishulp, mijn vader wordt nu wel heel vergeetachtig en hij herkent mij ook niet meer. Let u extra op? Het ruikt een beetje vreemd soms. En hij laat de voordeur open staan. Het kan eigenlijk niet veel langer zo.

Liefje, heerlijk rustig dagje gehad. Zelfs de buurvrouw kwam niet langs, mag in de krant.

Iemand heeft al wéér de verkeerde container meegenomen!

[fragment]

Posted in Uncategorized | Comments Off

Schrijversharten on tour: 20 november Bibliotheek Bennekom

Op 20 november steken de Schrijversharten de gemeentegrens van Wageningen over. Zij luisteren in Bennekom het eeuwfeest van de bibliotheek op tijdens een speciale avond.
In een speelse en interactieve setting lezen ze voor uit hun werk en onderwerpen ze zich aan soms ongemakkelijke vragen.

Schrijversharten is het collectief van de schrijvers Martijn Adelmund, Annie van Gansewinkel en Laurens van der Zee. Zij hebben de afgelopen maanden elkaars werk en dat van zichzelf onderzocht. Wat drijft hen als schrijvers en dichters, op welke hobbels stuiten ze en welke plannen hebben ze? Zij betrekken de bezoekers van de bibliotheek in Bennekom nadrukkelijk bij hun zoektocht.
Zo bepalen de toeschouwers welke vragen aan de orde komen uit de lijst die gebaseerd is op de beroemde vragenlijst van Marcel Proust.
De avond begint om 19.30 uur en de toegang is gratis.
Bibliotheek Cultura Bennekom, Hogeweg 23 Bennekom (in gebouw Collage)

Martijn, Laurens en Annie willen door uiteenlopende activiteiten het proces en de achtergronden van het schrijven zichtbaar maken. Ze deden dat al in Wageningen tijdens publieksactiviteiten in Schrijversharten Café met een interview door Frénk van der Linden, Culturele Ronde, Bevrijdingsfestival, Leeffestival en Oogstfeest.
In de bibliotheek is tijdens deze avond een foto-impressie te zien van die activiteiten.

Posted in Uncategorized | Leave a comment